Wijn proeven: een inleiding

Erover praten op het forum Uitprinten Stuur naar een vriend

Wanneer sommige mensen wijn proeven, lijkt dat zo’n ingewikkeld ritueel dat je je afvraagt of dat nu werkelijk allemaal nodig is… Toegegeven, er zijn mensen die het proeven van wijn tot een show maken, maar toch hebben ze niet helemaal ongelijk. Wijn proeven hoeft zich niet te beperken tot het nemen van een slok en beslissen of die lekker was of niet.

Door enkele eenvoudige stappen te volgen, zal je gaandeweg een genuanceerder oordeel kunnen vormen. Je zal ook beter kunnen onthouden welke wijnen je lekker vond en welke wat minder. Zo beleef je plezier aan het uitwisselen van indrukken en het bediscussiëren van een wijn wanneer je met vrienden gaat degusteren.

De stappen van het degusteren

Het proeven van een wijn verloopt in 3 stappen, telkens met een ander zintuig: eerst proef je met je ogen, dan met je neus en tenslotte met je mond. Tijdens elk van deze fasen kan je beschrijven wat je waarneemt. Eigenlijk is de allereerste stap het bekijken van het etiket. Daarop lees je een hoop zaken af, zoals bijvoorbeeld het land, de streek, eventueel de druivensoorten, en de leeftijd. Maar laat ons nu focussen op de wijn in het glas…

Het oog

Bekijk eerst de kleur van de wijn. Die vertelt je al veel over de leeftijd. Je kan ervan uitgaan dat rode wijn bruiner wordt met het ouder worden. Witte wijn wordt geler met de leeftijd. Weet wel dat als de wijn té oud wordt, de kleur weer afneemt. Aan de kleur van de rand van de wijn in je glas kan je ook iets te weten komen over de leeftijd: als de rand waterachtig is, heb je zeer waarschijnlijk een jonge wijn in je glas.

Velen bekijken ook de helderheid van de wijn. Maar het is niet zo dat wijn steeds volledig helder moet zijn. Ongefilterde wijn – die is duidelijk meer troebel dan gefilterde wijn – heeft het voordeel dat alle natuurlijke stoffen er nog inzitten. En dat kan de smaak sterk beïnvloeden.

De neus

Vooraleer te ruiken, laten heel wat mensen de wijn walsen, ronddraaien in het glas. Hierdoor komen veel geurstoffen vrij. Daarom is het interessant om te ruiken in twee stappen: een keer voor het walsen en een keer erna. De tweede keer ga je extra indrukken krijgen.

Wat kan je zoal afleiden uit de geur van wijn? Eerst en vooral merk je snel of de wijn slecht is: typisch is een duidelijke geur van kurk, of de zure geur van azijn. Die fles kan je maar beter weigeren. Verder kan je ook hier een indruk krijgen van de leeftijd van de wijn: zijn de aroma’s eerder fris en fruitig, dan is de wijn waarschijnlijk jonger. Oudere wijn zal eerder zwaardere aroma’s vrijgeven, zoals eik, … Het bouquet (of de neus) van de wijn is ook een goede manier om de wijn te beschrijven (en zo te onthouden). Er bestaan gedetailleerde onderverdelingen van aroma’s om dit te doen. Typische veel vookomende hoofdklassen van geuren zijn: de geur van fruit, de geur van bloemen, kruidige aroma’s, houtaroma’s, een rokerige geur, … Of je kan gewoon een associatie maken met het eerste wat in je opkomt wanneer je de wijn besnuffelt.

De mond

Als laatste stap, ga je de wijn ook effectief proeven. Hier bestaan soortgelijke classificaties van smaken, maar een goed begin is het onderscheiden van de hoofdsmaken: zoet, zuur, zout en bitter. Elk van deze smaken wordt ’geproefd’ door een ander deel van de tong. Je laat dan ook het best de wijn (geen te kleine slok) zachtjes door je mond heen en weer gaan, zodat alle delen van de tong worden beroerd. Een beetje lucht naar binnen slurpen, versterkt de smaken.

Wanneer je vooral vooraan op de tong smaak gewaar wordt, proef je vooral zoet. Zuurheid (of aciditeit) wordt hoofdzakelijk aan de zijkant van de tong geproefd. De bittere smaak detecteer je achteraan de tong. De zoute smaak (die meestal niet zo sterk aanwezig is in wijn), proef je met het midden van de tong. Ook hier kan je natuurlijk vrij associëren met smaken die je kent om de wijn te beschrijven.

Na het proeven

Als de mond zijn werk heeft gedaan, is het proeven nog niet helemaal voorbij. Want als je de wijn hebt doorgeslikt, is de smaak niet meteen weg uit je mond. De aroma’s die in je mond blijven hangen, noemt men de afdronk van de wijn. Deze kan lang duren (lange afdronk) of kort zijn (korte afdronk). Hij kan aangenaam en evenwichtig zijn, meestal een teken van een kwaliteitswijn. Of hij kan snel dun of scherp worden, dan heb je ofwel te maken met een wijn die nog moet wat verder moet rijpen, ofwel … kies je volgende keer een andere fles.

Dit alles hangt natuurlijk heel erg af van wat je lekker vindt en wat niet. Maar het is hoedanook plezierig om smaak-ervaringen uit te wisselen met je gezelschap wanneer je een wijntje proeft...