Vezelrijke voeding verlengt je leven

Erover praten op het forum Uitprinten Stuur naar een vriend

Zoek je een gemakkelijke en natuurlijke manier om je vitaliteit te verhogen en je welzijn te verbeteren? Eet meer vezels!

Uit een negen jaar durend onderzoek van het Amerikaanse National Cancer Institute bij ruim 388.000 volwassenen blijkt dat een vezelrijk dieet de kans op een lang leven aanzienlijk vergroot. Bovendien verklein je het risico op infecties, kanker en hart- en vaatziektes. Vezels zijn ook heel goed voor je spijsvertering. Je zou dagelijks zo’n 25 à 30 gram vezels moeten eten.

Oplosbare en onoplosbare vezels

Vezels kunnen niet verteerd worden door ons lichaam. Ze bereiken dus ongeschonden de dikke darm, waar ze hun heilzaam werk uitvoeren. Alle vezels werken echter niet op dezelfde manier: er is een verschil tussen oplosbare en onoplosbare vezels. Of ze oplosbaar of onoplosbaar zijn, vezels hebben water nodig om hun werk goed te doen. De manier waarop beide soorten vezels op het water reageren, is wel verschillend.

In contact met water vormen de oplosbare vezels een gel die heel wat voedselresten aantrekt en vasthoudt. Door als een spons te functioneren, zijn oplosbare vezels in staat om afgeleide vetzuren uit de slechte cholesterol te absorberen en ze te verhinderen om in de bloedbaan terecht te komen. Hun enige uitweg is via de stoelgang. Het principe is identiek wat de bloedglucose betreft. Twee vliegen in één klap dus: deze vezels verminderen op deze manier de risico’s die het gevolg zijn van diabetes en cardiovasculaire ziekten.

De onoplosbare vezels zuigen zich vol met water en maken de stoelgang minder hard. Dankzij deze eigenschap, vergemakkelijken de onoplosbare vezels de verwijdering van de afvalstoffen en bevorderen de darmtransit. Onoplosbare vezels spelen zo een belangrijke rol bij het vermijden van constipatie en aambeien.

Waarin vind je vezels?

Voedingsvezels zijn een eigenschap van plantaardige producten. Je vindt er dus geen in producten van dierlijke oorsprong. Wat fruit en groenten betreft, eet je best appels, citrusvruchten, noten, wortelen en aubergines als je zoveel mogelijk oplosbare vezels wil aanvoeren. Voor de aanvoer van onoplosbare vezels, kies je best groenten met groene bladeren (zoals spinazie en groene kool), asperges, graangewassen, linzen, volkorenbrood en maïszemelen. Denk aan beide soorten vezels, want de aanvoer van oplosbare en onoplosbare vezels moet ongeveer gelijk zijn.

Ook voor vezels is weer die algemene stelregel van toepassing: vezels eten is gezond, maar overdrijven is niet goed. En denk eraan voldoende water te drinken bij je vezelrijke voedsel.