Koken met de wok

Erover praten op het forum Uitprinten Stuur naar een vriend

Wokken is een snelle en gezonde manier van koken die overgewaaid is uit Azië. Wokken staat ook bekend als roerbakken, maar je kan in een wok even goed frituren, stomen, soep bereiden of stoofpotjes laten garen.

Kies je wok

De meeste woks zijn van staal of van gietijzer. Beide materialen hebben hun voordelen. Gietijzer heeft langer nodig om op temperatuur te komen, maar houdt de warmte wel langer vast en zorgt ook voor een gelijkmatige warmteverdeling. Een wok in plaatstaal is lichter en goedkoper, maar vraagt meer onderhoud. Een plaatstalen wok mag niet met zeep gewassen worden en hij moet na elk gebruik ingevet worden met olie om roesten te voorkomen.

Er zijn woks met een lange steel en woks met twee handvatten. Aan jou de keuze wat je het handigste vindt!

Zet je vuur maar aan!

De wok wordt vooral gebruikt om te roerbakken. Je zet de wok op een stevig vuur en laat hem zo heet worden dat de olie begint te roken. Dan begin je je ingrediënten toe te voegen. Groenten, vlees, vis, alles kan! De algemene regel is om je ingrediënten in kleine stukken van zo’n 3 centimeter te snijden, maar je kan de grootte en vorm natuurlijk aanpassen aan de gaartijd. Sowieso doe je het product dat het langst moet garen het eerst in de wok. Voeg niet te veel ineens toe, want anders koelt de wok weer af. Vergeet ook je kruiden niet!

Door de holle bodem en hoge randen gaart het voedsel snel en behoudt het zijn frisse kleuren, smaken, vitamines en andere voedingsstoffen. Je schept daarbij je gerecht voortdurend om.


Kies voor zuivere olie

Gezien je op een heel hoge temperatuur wokt, moet de olie die je gebruikt zuiver zijn. Anders ga je de onzuiverheden verbranden en dat ruik je. Slaolie is niet aan te raden voor de wok, zuivere olijfolie, zonnebloemolie of arachideolie wel. Echt woksucces zit dus ook in de details!