Incontinentie in 5 vragen

Erover praten op het forum Uitprinten Stuur naar een vriend

Veel mensen, van jong tot oud, hebben last van ongewenst urineverlies (of incontinentie). Het kan gaan om het verlies van een paar druppels urine tot het niet meer kunnen ophouden van de hele plas. Het is een klacht waar je niet zo gemakkelijk over praat. Toch is het belangrijk om je arts te raadplegen want er bestaan oplossingen.

We beantwoorden hier alvast een aantal vragen:

Wat is incontinentie?

Algemeen kan je stellen dat urine-incontinentie alle gevallen omvat waarbij je je blaas niet meer kan controleren. Het gaat niet altijd om een chronisch probleem. Urine-incontinentie in al haar vormen komt vrij frequent voor en treft vaker vrouwen dan mannen.

Men maakt een onderscheid tussen verschillende types urine-incontinentie. Bij drangincontinentie valt het gevoel dat je moet urineren samen met het urineren zelf. Bij inspanningincontinentie verslappen de spieren rond je blaas. Wanneer je lichaam dan een krachtinspanning doet, zoals sporten, iets optillen of lachen, kan er urine vrijkomen. Deze vorm van incontinentie is de meest voorkomende. Drangincontinentie en inspanningsincontinentie treden geregeld samen op.

Tot slot is er nog overloopincontinentie, waarbij je blaas onophoudelijk urine druppelt. Dit kan gebeuren zonder dat je het door hebt. Wanneer je je er wel van bewust bent, zal je constant het gevoel hebben te moeten urineren.

Wat veroorzaakt incontinentie?

Inspanningsincontinentie

Bij inspanningsincontinentie kan de sluitspier een plotse verhoging van de spanning of druk op de blaas niet meer aan zoals bij niezen, hoesten, lachen of tillen.

Verzwakte bekkenbodemspieren vormen de basis van het probleem. Een verzwakte bekkenbodem treedt vooral op:

- na meerdere of zware bevallingen;
- in de menopauze;
- na een operatie aan de onderbuik;
- bij veelvuldig heffen en tillen;
- bij zwaarlijvigheid;
- bij chronische constipatie;
- bij een verkeerde plastechniek.

Aandrangincontinentie

Bij deze vorm van incontinentie trekt de blaaswand onwillekeurig samen en lekt de blaas. Er ontstaat een plotseling opkomende en niet te onderdrukken drang om te plassen, zodat men het toilet soms niet tijdig bereikt.

Bij deze vorm van incontinentie verliest men urine ook zonder inspanningen, moet men ’s nachts opstaan om te plassen en verliest men steeds slechts kleine hoeveelheden urine.

Aandrangincontinentie komt voor bij mannen en vrouwen.

Mogelijke oorzaken zijn:
- vergroting van de prostaat;
- infectie van de urinewegen;
- de inname van cafeïne.

Kan ik ook last krijgen van incontinentie?

In principe kan iedereen er last van krijgen: man of vrouw, jong of oud. Er zijn wel een aantal risicofactoren. Het komt meer voor bij vrouwen die door 1 of meerdere zwangerschappen meer risico lopen op ongewenst urineverlies. Het risico verhoogt bovendien ook met de leeftijd en met sommige ziektes, zoals diabetes.

Moet ik minder drinken?

Zeker niet! Wanneer er minder vloeistof in de blaas terechtkomt, is de urine geconcentreerder en dat het probleem alleen maar vergroten. Je moet wel leren “goed te drinken”, dat wil zeggen regelmatig kleine hoeveelheden en liefst water. Drink zo weinig mogelijk alcohol, koffie, thee, cola en bittere vruchtensappen.

Kan incontinentie behandeld worden?

Ja! In tegenstelling tot vroeger wordt incontinentie steeds minder vaak operatief aangepakt. Tegenwoordig schrijven artsen eerder fysiotherapie en geneesmiddelen voor.

Geneesmiddelen

Medicijnen tegen onvrijwillig urineverlies zijn alleen op voorschrift te verkrijgen. Zelfzorg is hier dus uit den boze. Alleen de behandelende arts kan bepalen welk geneesmiddel je het best kunt nemen. Meestal is die medicatie slechts een onderdeel van de behandeling.

Fysiotherapie

Vaak is incontinentie te wijten aan een verzwakking of een verkeerd gebruik van de bekkenbodemspieren. De meest voorkomende behandeling bestaat er dan ook uit om deze spieren weer op een goede manier te laten functioneren, zodat je meer controle krijgt over de blaas. Het trainen van de bekkenbodemspieren gebeurt meestal onder begeleiding van een fysiotherapeut. Deze training neemt meestal een lange periode in beslag.