Het syndroom van het handwortelkanaal

Erover praten op het forum Uitprinten Stuur naar een vriend

Heb je moeilijkheden om je hemd dicht te knopen, om de pot appelmoes te openen of om je sleutel in het slot te draaien? Het syndroom van het handwortelkanaal of carpal tunnel syndroom zou de oorzaak kunnen zijn van deze probleempjes die op eerste zicht onschuldig lijken.

Het handwortelkanaal

De carpale tunnel bevindt zich in de handwortel en wordt daarom ook wel het handwortelkanaal genoemd. Doorheen de carpale tunnel lopen de middenhandszenuw (nervus medianus) en de buigpezen van de vingers. Soms ontstaat er in de carpale tunnel langzaam plaatsgebrek en wordt de middenhandszenuw ingeklemd. Het gevolg is dat deze zenuw door plaatsgebrek afgesnoerd wordt. Dan ontstaat het carpaal tunnel syndroom.

Symptomen

De middenhandszenuw bezenuwt de gevoeligheid van een groot deel van de handpalm en vingers (alle vingers behalve de pink). Door het inklemmen ontstaan er dan ook hinderlijke tintelingen in de hand en de vingers (de grijze zone in de tekening). Vaak gebeurt dit ’s nachts omwille van een uitlokkende slaaphouding.

Het slapen met een gebogen pols vermindert de ruimte in het handwortelkanaal, wat het afsnoeren van de zenuw erger maakt. Dit leidt vaak tot slaapstoornissen: je wordt wakker met tintelingen en moet met de hand slaan om er weer een normaal gevoel in te krijgen.

Oorzaken

Dit syndroom wordt vaak veroorzaakt door bewegingen die vaak worden gemaakt met de hand, vooral als het gaat om bewegingen die veel kracht vragen of die niet natuurlijk zijn.

Het gaat dan bv. om mensen die veel op de computer werken, musici, schrijvers, schrijnwerkers, kassiersters, mensen die werken met machines die een trilbeweging maken,…

Er zijn ook verschillende ziektes die aan de oorsprong kunnen liggen van het syndroom: diabetes, artritis, artrose,..

Het syndroom van het handwortelkanaal komt het vaakst voor bij vrouwen, meer bepaald tijdens de zwangerschap of de menopauze.

Preventie

Als je een van bovenstaande beroepen uitoefent, is het belangrijk om regelmatig te pauzeren en er goed op te letten dat je je pols correct gebruikt.

Er bestaan ook oefeningen die je kan doen om de pols te ontlasten. Vraag hiervoor raad aan een specialist.

Behandeling

De behandeling hangt af van de ernst van de symptomen.

Bij een mild beeld probeert men in eerste instantie de klachten te verminderen. De uitlokkende slaaphouding moet vermeden worden en de pols mag niet gebogen zijn ’s nachts. Soms legt men hiervoor een spalk aan. Om de zenuw maximaal te laten herstellen, zijn bepaalde stretch- en bewegingsoefeningen aangewezen.

Soms kan het probleem verholpen worden door een carpale infiltratie. Een spuit met laag gedoseerde corticoïden kan de zwelling snel doen afnemen, zodat de zenuw niet meer is ingeklemd en de klachten weer verdwijnen.

Vaak zijn deze maatregelen onvoldoende en is de zenuw te sterk afgeklemd.

Dit kan permanente zenuwschade geven, met belangrijke gevoelsstoornissen in de vingers en niet genezende kwetsuren tot gevolg. Aangezien de zenuw ook de duimspieren bezenuwt, kan ook daar een belangrijke zwakte en onhandigheid ontstaan.

Daarom is chirurgie vaak aangewezen.