Bankgeheim is versoepeld

Erover praten op het forum Uitprinten Stuur naar een vriend

Sinds 1 juli 2011 is het bankgeheim in België versoepeld. De fiscus kan de rekeningen van vermoedelijke fraudeurs voortaan gemakkelijker inkijken. In principe konden belastingcontroleurs voordien het bankgeheim ook al opheffen, maar door een enge interpretatie van de wet gebeurde dat maar zelden.

In een eerste stap zal de ficus de bankgegevens nog altijd zelf bij de belastingplichtige moeten opvragen. De consument krijgt dan één maand tijd om te antwoorden. Werkt hij niet mee, dan kan de fiscus onder bepaalde voorwaarden rechtstreeks naar de bank gaan. Dit is bijvoorbeeld het geval als de fiscus over aanwijzingen van fraude beschikt. De belastingplichtige moet hiervan op de hoogte gebracht worden.

Er komt een centraal register bij de Nationale Bank waarin de banken het bestaan van rekeningen op naam van consumenten moeten melden. Op die manier weet de fiscus tot welke banken hij zich moet richten voor informatie.

Naast deze strengere regels, is er ook een lichtpuntje voor de verdachte fraudeurs en witwassers. Ze kunnen voortaan een minnelijke schikking treffen. Zolang verdachte fraudeurs nog niet definitief zijn veroordeeld, kunnen ze een deal sluiten met de openbaar aanklager. Als ze alle verschuldigde belastingen, intresten en boetes betalen, kunnen ze de strafvordering stopzetten. Op die manier ontlopen ze een celstraf en een mogelijk beroepsverbod.

Deze nieuwe regeling is uitgewerkt in de programmawet van 14 april 2011. De nieuwe regels zijn ingegaan op 1 juli 2011.