Bericht aan de reizigers

Erover praten op het forum Uitprinten Stuur naar een vriend

Het Centraal Station van Antwerpen is een prachtig gebouw. Als je er nog eens komt, neem dan even een poëzie-pauze… Recent is er een muurschildering onthuld van een gedicht van Jan Van Nijlen. Het gedicht heet ’Bericht aan de reizigers’ en hangt dus helemaal op zijn plaats in het Centraal Station.

Met deze onthulling is een droom van wijlen Johan Anthierens in vervulling gegaan. De journalist was een hevige fan van Van Nijlen en pleitte er in de jaren negentig al voor om dit gedicht een ereplaats te geven in het Centraal Station. Na de dood van Anthierens sloegen een aantal mensen de handen in elkaar om dit bijzondere project rond te krijgen. Kunstenaar Gert Dooreman kreeg de opdracht om het gedicht te schilderen.

Als je via de grote oude inkomhal van het station langs de linkerkant naar de perrons loopt, kom je in één van de doorgangen het opschrift tegen. Een ode aan de reizigers...

Bericht aan de reizigers

Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen,
Dan vindt ge in elke stad behoorlijk onderkomen.

Zit rustig en geduldig naast het open raam:
Gij zijt een reiziger en niemand kent uw naam.

Zoek in ‘t verleden weer uw frisse kinderogen,
Kijk nonchalant en scherp, droomrig en opgetogen.

Al wat ge groeien ziet op ‘t zwarte voorjaarsland,
Wees overtuigd: het werd alleen voor u geplant.

Laat handelsreizigers over de filmcensuur
Hun woordje zeggen: God glimlacht en kiest zijn uur.

Groet minzaam de stationchefs achter hun groen hekken,
Want zonder hun signaal zou nooit n trein vertrekken.

En als de trein niet voort wil, zeer ten detrimente
Van uwe lust en hoop en zuurbetaalde centen,

Blijf kalm en open uw valies; put uit haar voorraad
En ge ondervindt dat nooit een enkel uur te loor gaat.

En arriveert de trein in een vreemdsoortig oord,
Waarvan ge in uw bestaan de naam nooit hebt gehoord,

Dan is het doel bereikt, dan leert ge eerst wat reizen
Betekent voor de dolaards en de ware wijzen.

Wees vooral niet verbaasd dat, langs gewone bomen,
Een doodgewone trein u voert naar ‘t hart van Rome.